Het oliepeil van je auto controleren en bijvullen is een eenvoudige klus die je zelf kunt uitvoeren. Motorolie smeert de bewegende onderdelen in de motor en helpt om warmte af te voeren. Een te laag oliepeil kan daarom ernstige motorschade veroorzaken. Controleer het peil op een vlakke ondergrond, gebruik de juiste olie en vul altijd voorzichtig bij.
Waarom motorolie belangrijk is
In een draaiende motor bewegen veel metalen onderdelen voortdurend langs elkaar. Motorolie zorgt voor een dunne beschermende laag tussen die onderdelen. Zo vermindert de wrijving en blijven de onderdelen beter beschermd tegen slijtage.
Na verloop van tijd kan het oliepeil dalen. Dat gebeurt bijvoorbeeld doordat een motor een kleine hoeveelheid olie verbruikt of doordat er ergens olie lekt. Een dalend peil merk je niet altijd meteen tijdens het rijden. Daarom is het verstandig om het oliepeil regelmatig zelf te controleren.
Een olielampje op het dashboard waarschuwt meestal niet voor een klein tekort, maar voor een probleem met de oliedruk. Stop in dat geval zo snel mogelijk op een veilige plaats en zet de motor uit. Rijd niet verder alsof het om een gewone onderhoudsmelding gaat.
Wanneer controleer je het oliepeil
Je meet het oliepeil het meest betrouwbaar wanneer de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor is afgekoeld. Na het parkeren wacht je bij voorkeur enkele minuten, zodat de olie terug in het oliecarter kan lopen. Dat is het reservoir onder in de motor.
Controleer het peil bijvoorbeeld voordat je een lange rit maakt, na een onderhoudsbeurt of wanneer je merkt dat er een waarschuwingslampje brandt. Ook als je onder de auto of op de parkeerplaats een olievlek ziet, is een controle verstandig.
Bij sommige auto’s meet je het oliepeil niet met een peilstok. Je krijgt dan een melding via het dashboard of het infotainmentscherm. Raadpleeg in dat geval de handleiding voor de juiste meetprocedure. Bij sommige modellen moet de motor warm zijn, terwijl andere auto’s juist koud moeten staan.
Wat heb je nodig voor de controle
Voor een gewone controle met een peilstok heb je weinig nodig:
- een doek of stuk keukenpapier
- de handleiding van je auto
- de juiste motorolie voor jouw auto
- eventueel een trechter om morsen te voorkomen
De juiste oliesoort vind je meestal in de handleiding, op een onderhoudsfactuur of op een sticker die soms bij de motorruimte is aangebracht. Kijk niet alleen naar het merk. Ook de viscositeit en de voorgeschreven goedkeuring moeten passen bij de motor. De viscositeit geeft aan hoe vloeibaar de olie is bij verschillende temperaturen.
Twijfel je over de juiste olie, vraag dan advies aan een garage of controleer de gegevens van de autofabrikant. Gebruik niet zomaar een willekeurige olie omdat de verpakking er vergelijkbaar uitziet.
Oliepeil van je auto controleren en bijvullen
Parkeer de auto veilig en vlak
Zet de auto op een zo vlak mogelijke ondergrond. Schakel de motor uit, trek de handrem aan en laat de auto enkele minuten staan. Open daarna de motorkap en zoek de peilstok. Die heeft vaak een gekleurde handgreep, maar de plaats verschilt per auto.
Haal de peilstok eruit
Trek de peilstok volledig uit de houder. Veeg de olie aan het uiteinde weg met een schone doek. Plaats de peilstok daarna opnieuw helemaal terug. Zo voorkom je dat achtergebleven olie je meting verstoort.
Lees het oliepeil af
Haal de peilstok opnieuw uit de houder en houd hem horizontaal. Aan het uiteinde staan meestal twee markeringen. De onderste markering is het minimum en de bovenste markering het maximum. Het oliespoor hoort tussen deze twee punten te staan.
Een peil dicht bij het minimum vraagt om aandacht. Staat het oliepeil onder de onderste markering, vul dan bij voordat je verder rijdt. Staat het peil tussen minimum en maximum, dan hoef je normaal gesproken niets toe te voegen.
Vul kleine hoeveelheden bij
Schroef de olievuldop los. De dop staat meestal boven op de motor en is herkenbaar aan een oliesymbool. Giet een kleine hoeveelheid olie bij, bijvoorbeeld een deel van een halve liter. Wacht daarna even en meet opnieuw met de peilstok.
Herhaal dit indien nodig. Door telkens kleine hoeveelheden toe te voegen, verklein je de kans dat je te veel olie in de motor giet. Gebruik een trechter als de vulopening moeilijk bereikbaar is en veeg gemorste olie meteen weg.
Sluit alles goed af
Wanneer het peil tussen de markeringen staat, draai je de olievuldop stevig vast. Plaats de peilstok volledig terug en controleer of er geen doek of gereedschap in de motorruimte is achtergebleven. Sluit de motorkap goed voordat je vertrekt.
Te weinig of te veel olie
Een te laag oliepeil kan ervoor zorgen dat onderdelen onvoldoende worden gesmeerd. Dat kan leiden tot extra slijtage en in ernstige gevallen tot motorschade. Wacht daarom niet te lang met bijvullen wanneer de olie onder de minimummarkering staat.
Te veel olie is echter ook niet goed. Een overvuld carter kan ervoor zorgen dat de draaiende onderdelen de olie raken. Daardoor kan de olie gaan schuimen en kan de smering minder goed werken. Een teveel aan olie kan bovendien via onderdelen van de motor terechtkomen waar het niet hoort.
Heb je duidelijk te veel olie bijgevuld, start de motor dan liever niet opnieuw. Laat het teveel verwijderen door een garage of iemand met de juiste kennis. Zelf olie aftappen zonder geschikte opvangbak kan bovendien voor morsen en milieuschade zorgen.
Welke signalen vragen om extra aandacht
Een laag oliepeil heeft niet altijd dezelfde oorzaak. Let daarom op andere signalen tijdens en na de controle:
- een olievlek onder de geparkeerde auto
- een sterke geur van verbrande olie
- blauwe rook uit de uitlaat
- een tikkend of ander ongewoon motorgeluid
- een olielampje of andere motorwaarschuwing op het dashboard
Deze signalen betekenen niet automatisch dat er één specifieke storing is. Ze zijn wel een goede reden om niet alleen olie bij te vullen, maar de auto te laten nakijken. Blijft het oliepeil snel dalen, dan kan er sprake zijn van een lek of van overmatig olieverbruik.
Veelgemaakte fouten bij olie bijvullen
De verkeerde olie gebruiken
Niet elke motorolie past bij elke auto. Een verkeerde olie kan problemen geven met de smering of met onderdelen die afhankelijk zijn van de juiste oliespecificatie. Controleer daarom altijd wat de fabrikant voorschrijft.
De meting uitvoeren op een helling
Op een helling kan de olie naar één kant van het carter lopen. De peilstok geeft dan geen betrouwbaar beeld. Parkeer de auto zo vlak mogelijk voordat je meet.
Direct na het rijden meten
Na het rijden is de motorolie warm en zit een deel ervan nog in de motor. Daardoor kan het peil lager lijken dan het werkelijk is. Bovendien kun je je verbranden aan hete onderdelen. Wacht daarom voldoende lang en volg de instructies uit de handleiding.
In één keer te veel olie toevoegen
De ruimte tussen de minimum- en maximummarkering lijkt klein, maar een kleine hoeveelheid kan al een merkbaar verschil maken. Vul rustig bij en controleer tussendoor opnieuw.
Hoe vaak moet je het oliepeil controleren
Er bestaat geen vaste controlefrequentie die voor elke auto geldt. De juiste interval hangt af van de motor, de leeftijd van de auto, het rijgedrag en het advies van de fabrikant. Wie vaak korte ritten maakt of regelmatig lange afstanden rijdt, doet er goed aan het peil vaker te bekijken.
Een praktische gewoonte is om het oliepeil te controleren voordat je op vakantie vertrekt en wanneer je de auto wast of tankt. Zo ontdek je een dalend peil eerder. Controleer ook de onderhoudsvoorschriften, want het meten van het oliepeil vervangt geen oliewissel of periodiek onderhoud.
Wanneer ga je naar een garage
Laat de auto nakijken als het oliepeil snel opnieuw daalt, als je olie onder de auto vindt of als het olielampje tijdens het rijden brandt. Zet de motor uit zodra dat veilig kan bij een oliedrukwaarschuwing. Vraag bij twijfel hulp in plaats van door te rijden.
Ook bij een ongewoon motorgeluid, rook of een sterke brandgeur is verder rijden niet verstandig. Met alleen bijvullen los je de oorzaak dan waarschijnlijk niet op. Een garage kan controleren waar de olie verdwijnt en of de motor schade heeft opgelopen.
Veilig werken met oude motorolie
Gemorste motorolie moet je meteen opnemen. Spoel olie nooit weg met water en giet oude olie niet in de gootsteen of op de grond. Bewaar gebruikte olie in een geschikte, afgesloten verpakking en lever die in volgens de lokale inzamelregels.
Met een vlakke ondergrond, de juiste olie en een rustige werkwijze kun je het oliepeil meestal zonder problemen controleren. Neem een waarschuwing op het dashboard of een snel dalend peil wel altijd serieus. Regelmatig controleren helpt je om problemen eerder op te merken, maar vervangt het normale onderhoud van je auto niet.


