Wagenziekte tijdens een autorit voorkomen

wagenziekte tijdens een autorit voorkomen

Foto: JESSICA TICOZZELLI via Pexels.

Wie last heeft van wagenziekte, kan een gewone autorit behoorlijk vervelend vinden. Misselijkheid, duizeligheid, zweten en hoofdpijn kunnen al tijdens een korte rit ontstaan. Gelukkig kun je zelf verschillende stappen zetten om de kans op klachten kleiner te maken. In dit artikel lees je hoe je wagenziekte tijdens een autorit voorkomt en wat je kunt doen als je je onderweg toch niet goed voelt.

Wat wagenziekte veroorzaakt

Wagenziekte ontstaat meestal doordat je hersenen verschillende signalen tegelijk ontvangen. Je ogen zien bijvoorbeeld het interieur van de auto, terwijl je evenwichtsorgaan merkt dat je lichaam versnelt, vertraagt en bochten maakt. Die signalen sluiten niet goed op elkaar aan. Dat kan leiden tot klachten zoals misselijkheid, een licht gevoel in het hoofd of vermoeidheid.

Niet iedereen reageert hetzelfde op deze prikkels. Sommige mensen hebben vooral last op bochtige wegen, terwijl anderen zich al slecht voelen wanneer ze in een boek lezen of naar een scherm kijken. Ook een warme, benauwde auto of een sterke geur kan de klachten erger maken.

Wagenziekte tijdens een autorit voorkomen

De beste aanpak begint al vóór je instapt. Een lege maag is niet altijd handig, maar een zware maaltijd vlak voor vertrek kan evenmin prettig zijn. Kies liever voor een lichte maaltijd die je goed verdraagt. Denk bijvoorbeeld aan een boterham, fruit of een kleine snack. Drink voldoende, maar neem niet in één keer een grote hoeveelheid.

Probeer daarnaast uitgerust aan de rit te beginnen. Vermoeidheid kan ervoor zorgen dat je prikkels minder goed verwerkt. Plan bij langere ritten voldoende rustmomenten, zodat je even uit de auto kunt stappen en frisse lucht krijgt.

Kies een rustige zitplaats

De plaats waar je zit maakt verschil. Voorin heb je meestal een beter zicht op de weg en de bewegingen van de auto. Daardoor kunnen je ogen en je evenwichtsorgaan de beweging beter volgen. Kinderen horen uiteraard op een veilige manier en volgens de geldende regels vervoerd te worden. Een zitplaats voorin is daarom niet altijd geschikt.

Op de achterbank helpt het vaak om in de rijrichting te zitten en naar buiten te kijken. Vermijd een plaats waar je vooral tegen een zijwand, stoel of ander vast punt aankijkt. Zorg ook dat je hoofd zo weinig mogelijk heen en weer beweegt.

Kijk naar buiten en houd je blik op de weg

Een van de eenvoudigste maatregelen is naar buiten kijken. Richt je blik op de weg voor je of op een vast punt in de verte. Zo krijgt je brein visuele informatie die beter overeenkomt met de beweging van de auto.

Lezen, puzzelen en films kijken op een telefoon of tablet maken wagenziekte bij veel mensen erger. Ook langdurig naar beneden kijken kan klachten uitlokken. Leg een boek of scherm daarom weg zodra je merkt dat je je minder goed begint te voelen.

Let op frisse lucht en temperatuur

Een frisse auto voelt vaak prettiger dan een warme, afgesloten ruimte. Zet de ventilatie aan of laat tijdelijk een raam open als dat veilig kan. Zorg dat de lucht niet rechtstreeks hard in je gezicht blaast, want dat kan juist onaangenaam zijn. Een aangename, niet te warme temperatuur helpt om de rit draaglijker te maken.

Geuren kunnen eveneens een rol spelen. Sterke luchtverfrissers, eten, rook en parfum kunnen misselijkheid versterken. Houd het interieur daarom zo geurvrij mogelijk. Vraag passagiers om tijdens de rit liever geen sterk ruikend voedsel te openen.

Maak lange ritten rustiger

Bij een lange rit is het verstandig om niet te wachten tot de klachten sterk worden. Neem regelmatig pauze en stap even uit. Een korte wandeling of rustig moment buiten de auto kan helpen om je weer beter te voelen. Plan liever enkele haalbare etappes dan één lange rit zonder onderbreking.

Probeer ook een gelijkmatige rijstijl aan te houden. Veel plotseling remmen, snel optrekken en scherpe bochten kunnen de bewegingen in de auto versterken. Een rustige rijstijl is niet alleen comfortabeler, maar maakt de rit voor alle passagiers aangenamer.

Als je zelf rijdt, merk je vaak minder snel wagenziekte dan wanneer je passief meerijdt. Toch moet je altijd alert blijven op signalen zoals duizeligheid, wazig zien of een verminderd concentratievermogen. Voel je je niet goed, zoek dan zo snel mogelijk een veilige plaats om te stoppen.

Wat je doet als je onderweg misselijk wordt

Merk je de eerste klachten op, wacht dan niet af tot ze vanzelf verdwijnen. Vertel de bestuurder dat je je niet goed voelt en vraag om op een veilige plek te stoppen. Stap uit, haal rustig adem en neem wat frisse lucht. Ga even zitten of staan op een rustige plaats en geef je lichaam de tijd om tot rust te komen.

Drink kleine slokjes water als dat prettig voelt. Forceer jezelf niet om te eten wanneer je misselijk bent. Vermijd ondertussen lezen, kijken naar een scherm en snelle hoofdbewegingen. Zodra je weer verder rijdt, kun je opnieuw proberen om naar buiten te kijken en je hoofd stabiel te houden.

Neem voor het vertrek een zakje, tissues en wat water mee. Dat voorkomt extra stress wanneer je toch moet overgeven. Bij langere ritten kan een kleine handdoek of reservekleding ook praktisch zijn, zeker wanneer je met kinderen reist.

Wagenziekte bij kinderen beperken

Kinderen hebben niet altijd meteen door dat ze wagenziek worden. Let daarom op signalen zoals bleek zien, geeuwen, stil worden, zweten of plotseling klagen over buikpijn. Sommige kinderen worden juist onrustig voordat ze misselijk worden.

Zorg dat je kind niet vlak voor vertrek een zware maaltijd eet. Neem lichte snacks en drinken mee en plan voldoende pauzes. Laat een kind tijdens de rit liever naar buiten kijken dan naar een boek of scherm. Een vertrouwd muziekje of een gesprek kan helpen om de aandacht van het scherm weg te houden.

Leg vooraf rustig uit wat je kind kan doen wanneer het zich niet goed voelt. Spreek bijvoorbeeld af dat het meteen zegt wanneer het misselijk wordt. Zo kun je eerder stoppen en voorkom je dat de klachten plotseling sterk toenemen.

Helpen medicijnen tegen wagenziekte

Er bestaan middelen die klachten van reisziekte kunnen verminderen. Niet elk middel is voor iedereen geschikt en sommige middelen kunnen slaperigheid veroorzaken. Dat is belangrijk wanneer je nog moet autorijden of wanneer je verantwoordelijk bent voor een kind.

Vraag daarom advies aan je apotheker of huisarts voordat je een middel gebruikt. Bespreek ook de juiste toepassing voor kinderen, mogelijke bijwerkingen en de invloed op je rijvaardigheid. Gebruik geen medicijn van iemand anders en combineer middelen niet zomaar met alcohol of andere producten die suf kunnen maken.

Ook polsbandjes, zuurtjes of gember worden door sommige mensen gebruikt. Het effect verschilt per persoon. Zie zulke hulpmiddelen daarom niet als een garantie. Een goede zitplaats, zicht naar buiten, frisse lucht en regelmatige pauzes blijven nuttige basismaatregelen.

Wanneer je beter medisch advies vraagt

Wagenziekte is meestal tijdelijk en verdwijnt wanneer de beweging stopt. Neem contact op met je huisarts wanneer je vaak of zeer heftig moet overgeven, wanneer je ook buiten de auto regelmatig duizelig bent of wanneer de klachten niet passen bij een autorit.

Medisch advies is ook verstandig als je nieuwe klachten krijgt, zoals ernstige hoofdpijn, problemen met zien, flauwvallen of een sterk verlies van evenwicht. Bij een kind dat suf wordt, weinig drinkt of tekenen van uitdroging vertoont, is het belangrijk om tijdig hulp te zoeken.

Maak van je autorit een comfortabelere reis

Wagenziekte voorkomen lukt niet altijd volledig, maar een goede voorbereiding kan veel verschil maken. Eet licht, rust voldoende, kies een geschikte zitplaats en kijk naar buiten. Vermijd lezen en schermen, houd de auto fris en plan pauzes voordat de klachten te sterk worden.

Klachten zoals rugpijn kunnen een lange autorit eveneens zwaarder maken. Lees daarom ook deze tips over rugpijn tijdens een lange autorit voorkomen als je extra aandacht wilt besteden aan je zithouding en comfort. Zo vertrek je beter voorbereid en houd je de rit voor jezelf en je medepassagiers zo aangenaam mogelijk.